nr.1 foodmagazine

flexkoken & eten: flexitariër worden

Share on pinterest
Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp

Eke MariënHoe word je flexitariër? Begin met het lezen van het boek ‘Dieren eten’ van Jonathan Safran Foer. Dan word je direct vegetariër. Maar na verloop van tijd merk je dat de verleiding van een goede gedroogde worst of een stukje uitgebakken spek wel erg groot is. De oplossing van eet-schrijver Michael Pollan voor het omnivorendilemma biedt daarvoor uitkomst. Eet ‘echt’ eten, niet teveel en voornamelijk planten. Een stukje vlees of vis op z’n tijd kan dus best als het maar van blije dieren komt die op een verantwoorde manier aan hun einde zijn gekomen.

Ik werd flexitariër na een barbecue-avond op een Nederlandse camping in Noord-Spanje. Bij inschrijving bleken alle viskaartjes al verkocht en kon ik me uitsluitend nog inschrijven voor het vleesmenu. Heel optimistisch bestelde ik voor alle vijf gezinsleden – inclusief mijn dochter van 3 en mijn vrouw waarvan ik weet dat ze niet van veel vlees houdt – een pakket geroosterde karbonade, worst en ribbetjes. Mijn bruine vermoeden dat Nederlanders nogal eens overdrijven met barbecuen (lees: een barbecue is alleen goed als iedereen minimaal een kilo vlees kan opeten) werd die avond absoluut bevestigd. Een enorme schaal met lauw en drooggebraden vlees (want die middag al gebarbecued en ’s avonds voor het gemak opgewarmd in de oven) werd aan tafel gebracht, vergezeld van een net zo grote bak friet. De kinderen aten vooral van het laatste en m’n ega had aan één worstje genoeg. Omdat ik tot die dag enorm van vlees hield, heb ik mijn uiterste best gedaan om de schaal volgens de Nederlandse etiquette achter te laten (hebben we alles op waarvoor is betaald?). Die nacht deed ik geen oog dicht, mijn lichaam was compleet in de war en het zweet brak me uit. Het voelde zo enorm slecht dat ik nog maar aan één ding kon denken: nooit meer vlees eten! Nu wil het toeval dat ik diezelfde vakantie ook het boekje Nieuwe spijswetten van Louise Fresco las. Zij legt daarin haarfijn uit waarom vlees eten mondiaal gezien zeer inefficiënt is. Om 1 kilo vleeseiwitten te kunnen produceren, heb je gemiddeld 5 kilo plantaardige eiwitten nodig en een enorme hoeveelheid water (15 m3 per kilo rundvlees). Die planten en dat water kunnen we beter rechtstreeks consumeren. Daarnaast is berekend dat de vleesindustrie wereldwijd 20% van de totale CO2 uitstoot voor haar rekening neemt. Goed bekeken ben je dus knap asociaal als je een kilo vlees tijdens een barbecue-avond naar binnen werkt. Zo voelde ik me dus ook en dat sterkte me in mijn besluit. Inmiddels ben ik 2 jaar flexitariër en eet ik gemiddeld 2 keer per week vis en nauwelijks vlees. Mijn oudste dochters zijn veel strenger en eten helemaal geen vlees en af en toe vis. Resultaat? Eens per week eten we een maaltijd met vleesvervangers en de rest van de week allerlei lekkere gerechten waarin helemaal geen vlees nodig is! Vanavond eten we onze favoriet: de rotiplaat gevuld met ei en groentencurry!

In m’n volgende blog: tips om lekker vegetarisch te eten met vleesvervangers.

Tekst: Eke Mariën

Eke Mariën