Dadels, brood van de woestijn

Share on pinterest
Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp

Gedroogd kennen we ze allemaal. Vers zijn ze minder bekend. Zacht, kwetsbaar, goudbruin, sappig, met een knapperige beet en intens zoet (denk honing, rietsuikersiroop). Zo zouden we verse dadels het beste kunnen omschrijven. Maar beter nog is om ze zelf te proeven. In het najaar vind je ze vooral bij buitenlandse winkels. Ze komen dan met name uit Noord-Afrika (Tunesië ) en Californië, daar hangen de vruchten met grote trossen in de dadelpalm.
De steenvruchten – ze hebben immers een pit – moeten sappig beginnen te worden maar wel nog gaaf en stevig zijn. Dan zijn ze rijp. Onrijpe dadels herken je aan de lichtere, goudbruine kleur. Ook dan kun je ze kopen want ze rijpen prima na op kamertemperatuur. Proeven kan dan ook al, al zijn ze steviger, minder sappig en hebben ze nog niet die honingzoete smaak die ze juist zo lekker maakt. Verse dadels koop je in takjes. Ook semi-gedroogde dadels zitten meestal nog aan een takje en hebben al meer de chewy beet die we van gedroogde dadels kennen. Dadels drogen overigens al aan de boom, worden dan al intenser van smaak, zoeter. Ze worden steviger en kleuren bruin. ‘Brood van de woestijn’ worden ze ook wel genoemd omdat ze lang houdbaar zijn en erg voedzaam; behalve veel natuurlijke suikers bevatten ze ook heel wat vezels, vitaminen en mineralen.
Verse dadels zijn een heerlijke snack, zo van het takje. Of verwerk ze in stoofgerechten, salades of nagerechten. Ook doen ze het prima in een hapje. Een tweetal verrukkelijke hapjes met dadels kwamen wij tegen in het zojuist verschenen kookboek ‘De echte Spaanse keuken’ van Jenny Chandler (Uitgeverij Veltman, ISBN 978 90 5920 813 1, € 22,50). Als geen ander neemt ze je mee naar het rijke, culinaire Spanje en laat je de authentieke smaken proeven. Spanje zoals Spanje hoort te proeven. Met haar gevulde dadels neemt ze je mee naar het rijk van de Moorse sultan: ‘Mierzoete en sensuele trakties, lekker bij een sterke café solo. De walnoten kun je vervangen door amandelen of pistachenoten.’

Dátiles rellenos (gevulde dadels), voor 24-30 stuks:

100 g gedopte walnoten
2 el honing
24-30 verse of gedroogde dadels, zonder pit

Maal de walnoten met een staafmixer of kleine keukenmachine tot grof poeder. Meng het met honing tot een stevige pasta en laat deze een paar uur in de koelkast opstijven. Neem kleine lepels van de pasta en vul er de holte van de dadels mee. In een afgesloten bak op een koele, donkere plek blijven deze dadels een paar weken goed.

Dátiles con beicon (dadels met spek), voor 12 stuks:

12 verse of gedroogde dadels
12 geroosterde amandelen
6 plakjes doorregen spek

Verwarm de oven voor op 200 ºC. Haal de pit uit de dadels en stop er een amandel in. Rek de plakjes spek met de achterkant van een mes op een snijplank uit. Snijd de plakjes doormidden en wikkel om elke dadel een half plakje. Zet het spek vast met cocktailprikkers. Leg de dadels op een bakplaat en bak ze 10 minuten in de oven, tot het spek gaar is en bruin begint te worden. Serveer ze heet.