nr.1 foodmagazine

Wow: ijs zoals wij het kennen bestaat nog maar zó kort

Share on pinterest
Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp

Een leven zonder ijs… Geen bolletje vanille bij warme appeltaart, geen raket of softijsje met spikkels aan het strand en geen bezoek aan een gelateria op vakantie. Kun je het je voorstellen? Nee zeker! Maar toch is ijs zoals wij het kennen een redelijk recent verschijnsel.

Deze 5 ijsjes maak je eenvoudig thuis, zónder ijsmachine. Lekker afkoelen!

Sneeuw & ijs

Echt historisch ijs eten? Wacht dan tot de winter, neem een schep schone sneeuw uit de tuin en doe het in een glas met honing en wat fruitsap. Voilà! IJs zoals de Perzen, Grieken en Romeinen het waarschijnlijk aten. Zij stuurden bedienden of slaven de bergen in en bewaarden sneeuw en ijs in geïsoleerde ijskelders. Het bleef dus voornamelijk een koud drankje en nog geen echt ijs. In middeleeuws Europa verdween dit gebruik, maar in het Midden-Oosten bleef de sherbet of sharbia bestaan. Ook Chinezen schijnen al eeuwen ijs te eten en je leest overal dat Marco Polo het in de 13e eeuw naar Europa bracht, maar dat is een mythe.

Gelato, gelato

We moeten wachten tot 17e-eeuws Italië voor het begin van ’echt’ ijs. Toevoeging van zout maakt ijs kouder dan nul graden. Door een bak met limonade in een kuip van sneeuw/ijs met zout te zetten, bevriest de limonade. Je roert hem af en toe los en krijgt zo grof ijs – alsof je ijs in de diepvries maakt zonder ijsmachine.Vanaf de 18e eeuw veroverde ijs de Europese hoven. Waarschijnlijk begonnen de Britten met de toevoeging van room, maar de Italianen bleven koning. In 1843 werd de eerste ijsmachine ontworpen, waarmee je via een hendel de inhoud continu draaide. Het smeuïge ijs was geboren! Door mechanisatie en daling van de suikerprijs werd ijs beschikbaar voor een grotere groep mensen. In de jaren dertig kwam een aantal Italianen naar Nederland om ijs te verkopen.

Tot dan toe haalde je roomijs bij de banketbakker, maar nu had je ijs in allerlei kleuren en smaken. De Nederlandse ijsmakers waren niet blij met deze concurrentie en riepen consumenten op ’Nederlandsch roomijs’ te eten. Maar Italiaans ijs bleef populair. Gelukkig maar.

En hoe zit het dan met dat lekkere hoorntje?

Een tijd lang at je ijs uit een glazen coupe of bakje, dat vaak alleen met een doek werd schoongeveegd. Begin 20e eeuw kreeg iemand – er doen allerlei verhalen de ronde wie – het lumineuze idee een wafel zo te maken dat er ijs in paste. Het hoorntje betekende geen afwas meer, was hygiënischer én lekker!

TEKST CHARLOTTE KLEYN FOTO TALAMINI-ARCHIEF ILLUSTRATIE ISTOCK