nr.1 foodmagazine

Fruit konfijten

Share on pinterest
Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp

delicious. lezeres Sieta: ‘Ik heb een tijdje geleden in een restaurant na het diner bij de thee heerlijke gekonfijte aardbeien gegeten. Is het mogelijk om deze zelf ook eens te maken? En zo ja, hoe moet dat?’

Culinair redacteur Trudelies Schouten: ‘Je kunt zeker zelf konfijten, maar het is heel bewerkelijk en dan zou ik altijd adviseren om met makkelijk fruit te beginnen. Fruit konfijten is een conserveringsmethode die zorgt dat het fruit langer houdbaar is, het werd om deze reden vooral vroeger toegepast. Tegenwoordig konfijten we met name voor de smaak. Citrusfruit is het meest geschikt om zelf te konfijten omdat het een goede dikke schil heeft, gebruik bij voorkeur biologisch (onbespoten) fruit. Ananas, peren en appels en kweeperen zijn ook geschikt. Papaya, perziken, pruimen, nectarines zijn alweer zachter. Zomerfruit als aardbeien, frambozen, bessen en bramen zijn nog zachter en zo’n beetje het moeilijkste te konfijten. Dit fruit verliest snel z’n structuur terwijl het bij konfijten juist essentieel is dat de vruchten mooi stevig blijven.
Om te konfijten leg je schoongemaakt fruit enige tijd in een suikerstroop van gelijke delen water en suiker (bijv. 250 ml water en 250 g suiker), tot het fruit zoveel mogelijk suikerstroop heeft opgenomen. Afhankelijk van het soort fruit kan dat kan wel 3 tot 6 uur zijn of soms zelfs een hele nacht. Schep vervolgens het fruit uit de stroop, laat de stroop iets verder inkoken en leg het fruit weer terug in de nog geconcentreerdere suikerstroop tot het weer zoveel mogelijk van de suikerstroop heeft opgenomen. Dan weer uitlekken, inkoken en terug in de nog zwaardere stroop. Dit proces blijf je herhalen tot het fruit het maximum aan suiker heeft opgenomen. De stroop krijgt in verhouding dus een steeds hoger suikergehalte, ook je fruit krijgt een steeds hoger suikergehalte en wordt steeds zwaarder. Het hele proces neemt een aantal dagen in beslag. Belangrijk tijdens het hele proces is dat de suikerstroop niet te warm is; laat de stroop na het inkoken steeds goed afkoelen. Het fruit mag niet garen zodat de vruchten hun structuur en stevigheid zoveel mogelijk behouden. Ook kastanjes kun je op deze manier prima konfijten.’