brabantse aardbeien

Share on pinterest
Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp

Waar in de supermarkt de aardbei nog steeds anoniem in zijn doosje ligt, verkoopt de aardbeienteler geen aardbeien, maar Lambada’s, Aromio’s, Mara des Bois, Korona’s, Honeoye’s, Polka’s, Elianny’s en Sonata’s.

En zo zijn er nog meer rassen die we dezer dagen met naam en toenaam aantreffen. Gelukkig, want net als appels en peren heeft ook ieder aardbeienras zijn eigen smaak, beet, uiterlijk én eigen seizoen. Waar de ene aardbeisoort vroeg plukrijp is, grote vruchten heeft en een stevig, friszoet aroma heeft, is de andere soort juist pas later in het seizoen rijp, met vooral kleine vruchten en een overweldigend zoete, druipend sappige smaak. Ook van vorm en kleur doen de aardbeienrassen onderling duidelijk verschillen. Dé favoriete aardbei is er dan ook niet, foodies twisten stevig. Proeven en zelf oordelen is de enige remedie.

Voor de beste smaak eet je aardbeien op kamertemperatuur. Bewaren in de koelkast mag, maar geef de vruchtjes wel de tijd om op temperatuur te komen. En vergeet niet dat ze meteen na de pluk het allerlekkerste zijn. Was een aardbei niet voor je h’m in de mond stopt, zachtjes schoonvegen met wat keukenpapier is voldoende.

Het merendeel van onze Hollandse aardbeien komt van de Brabantse velden. Jan Robben is een van de bekendste Brabantse aardbeientelers van ons land. Zijn aardbeien uit de volle grond (want het lekkerst!) koop je nog tot eind september in Jan’s eigen aardbeienwinkel in Oirschot.