Kersttradities

Share on pinterest
Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp

Kersttradities, ze verschillen van land tot land. En van regio tot regio. De mooiste en dierbaarste zijn nog wel de tradities die van familie tot familie verschillen. Een traditie die in veel huizen in ons land de tafel siert is de tulband. Wordt de tulband bij ons dik met poedersuiker bestoven, een deur verder komt er een dieprode, warme bosvruchtensaus bij. Een geinige, oude traditie is het meebakken van een mini-tulband, die je later op de ‘moeder’ tulband zet.

Je kersttulband kun je nu al bakken, bewaar de cake goed verpakt en snijd h’m in mooie plakken aan de feestelijke ontbijttafel waar een glas bubbels uiteraard niet ontbreekt. Lekker met een lepel vijgen-sinaasappeljam of limoenmarmelade.

Kersttulband, voor 10-12 plakken:

boter, om in te vetten
poedersuiker, gezeefd
50 g rozijnen
50 g bigareaux, fijngesneden
100 ml witte rum
75 g koude boter, in kleine blokjes
150 g bloem + 1 el bloem
6 eieren, gesplitst
125 g witte basterdsuiker
schil van 1 citroen, geraspt
50 g sukade, fijngesneden
1 tl bakpoeder, gezeefd
extra nodig: tulbandvorm van 20 cm ø, mini-tulbandvorm of een zandtaart- of briochevormpje

Vet beide vormen dun maar goed in, vergeet vooral de ‘pijp’ niet zodat de tulband straks makkelijk loskomt. Bestuif de vormen dun met een zeef met poedersuiker en klop de overtollige poedersuiker eruit.
Leg de rozijnen en bigareaux in een steelpan, voeg de rum toe en breng aan de kook. Draai het vuur uit en laat het ongeveer 30 min. wellen.
Verwarm ondertussen de oven voor op 200 °C en pak een ruime kom waarin je de boter met je vingers door de bloem wrijft, totdat er een mengsel ontstaat waarvan de kruimels nog kleiner zijn dan erwtjes. Niet te lang kneden trouwens; anders gaat het mengsel plakken.
Klop vervolgens de eiwitten heel stijf in een kom die helemaal ontvet is. Klop de dooiers met de basterdsuiker en de citroenschil vervolgens in een grote kom tot een mooie, schuimige massa ontstaat die als een dik lint van de gardes loopt. Dat kan wel 8-10 min. duren; de suiker mag in ieder geval niet meer ‘knarsen’.
Spatel nu in delen afwisselend wat van het bloemmengsel en het stijfgeklopte eiwit luchtig door het dooiermengsel. Spatel zo kort mogelijk, om alles zo luchtig mogelijk te houden. Als je nog kleine vlokjes eiwit ziet zitten, is dat dan ook een goed teken.
Laat nu de vruchtjes uitlekken, voeg de sukade toe en schep ze om met 1 el bloem en het bakpoeder. Spatel ze snel en heel luchtig door het beslag.
Vul beide vormen voor driekwart met het beslag en plaats ze één richel onder het midden in de oven. Bak de tulband in 35-40 min. gaar en stevig, en doe na ± 15 min. de ovendeur (voorzichtig en snel!) open om de kleine vorm uit de oven te halen.
Controleer of de tulbanden gaar zijn door er een metalen pen of satéprikker in te steken. Deze moet er schoon uitkomen. Laat de grote tulband nog ± 5 min. in een geopende uitgeschakelde oven staan en neem hem er dan uit. Voel voorzichtig met je vingers of de zijkanten en het gebak rondom de pijp iets willen wijken en keer de tulbanden dan voorzichtig op een rooster. Mochten ze niet gelijk loskomen, laat ze dan ongeveer 3 min. omgekeerd op het taartrooster liggen en tik, terwijl je het rooster en de vorm vasthoudt, een paar keer op het werkvlak.
Plaats het kleine tulbandje op het midden van de grote tulband, zet ze op een mooie taartschaal en bestuif ze eventueel met een zeef royaal met poedersuiker.